clubblad

Uit clubblad nr. 4, negende jaargang (1998)

Parijsrally 1998. Breda / Parijs in 17 uur

Pasen 1998. Het relaas van team-3, bestaande uit Janos, Guido en Rogier.

Langs de kant van de route departementale sta ik met ijskoude klauwen de omgeving te filmen met een oud super8 filmcameraatje. In de zoeker verschijnt de wegwijzer richting Peronne. De volgende stad richting Parijs na Antwerpen, Dendermonde, Enghien, Valenciennes en Cambrai. Het weer is nu weer eens droog maar het heeft gemiezerd en af en toe had je ijsregen die door de constante tegenwind horizontaal in je smoel waaide. Die tegenwind speelt mij het meeste parten. Door een nogal zwaar uitgevallen tandwielverhouding kan m'n Puch in Nederlandse situaties een voor een 2bak behoorlijke snelheid ontwikkelen. Tot m'n grote schrik valt hier door de stormwind recht op de kop en de heuvel op heuvel af weg, de snelheid zo terug dat ik met gemak een oranje plaatje mag voeren. M'n groene monster heeft het nog nooit zo zwaar gehad.

Ik filmde verder en in de zoeker verschijnen m'n 2 mede teamgenoten. Daar heb je Guido die de kou te lijf is gegaan in een oliepak wat ze op een booreiland gebruiken. Het schijnt bijzonder effectief te zijn ook al doet Guido nu erg denken aan het befaamde michelinmannetje. In het verleden heb ik veel kilometers met Guido gemaakt waardoor we erg op elkaar zijn ingespeeld. Mocht het weer niet zo pokkeslecht zijn geweest dan hadden Guido en ik nog hoog in het klassement kunnen komen. Niet door onze astronomische snelheid maar door on efficiente teamwork en het absurd accurate navigatiegevoel wat ik schijn te hebben.
In de zoeker van de camera verschijnt dan Janos die ik tot vanmorgen 2.00u eigenlijk alleen van gezicht kende. Met z'n motorpak vond ik hem op het eerste oog eigenlijk aan protomacho maar hij ontpopte zich vandaag tot een zeer tof persoon en teamgenoot zodat ik mijn eerste indruk maar vlug overboord heb gekieperd. Janos kwam bij ons terecht omdat zijn teamgenoot wegens omstandigheden het liet afweten. Had die meegedaan dan waren hij en Janos zeker eerste geworden. Hij kon een snelheid uit z'n iel Puchje persen, daar werd je gewoon bang van. Guido en ik gaven Janos af en toe de vrije teugel omdat voor hem het continu inhouden ook vermoeiend is. Dan speerde hij als een idioot weg en enkele kilometers later wachtte hij ons weer op. We snapten er niets van totdat Guido zag dat onder de koelkappen van Janos' Puchje wel een heel vreemd cilindertje stak. Jawel een aangepast 70cc. Maxicilindertje. Janos bezorgde ons wel de 1e en enige vertraging. En gelijk goed voor dikke 3 uur verlies. Voorbij Boom in België reed hij z'n achterband lek. En laat dan op zo'n moment geen van ons een geschikte pomp bij hebben. Daarbij nog, het was 5.00u 's morgens. D'r is geen kat wakker. En wij maar met krakkemikkige pompjes per toerbeurt die band proberen vol te krijgen. Om half acht begon er wat leven te komen in België maar soms zou je belgen het liefst achter het behang willen plakken want er was niemand die even een pomp wou uitlenen. Tot er uiteindelijk een barmhartige sameritaanse ons aan een pomp hielp. Sinds die tijd schoot het ondanks het ongenadige weer wel op en rond het middaguur kruisten we bij Peruwelz de Belgisch-Franse grens.

In België kan het volgen van een route een schaamteloos gepuzzel inhouden maar Frankrijk is wat dat betreft een brommerwalhalla. Mits je niet te bang bent van krap passerende vrachtwagencombinaties. Je mag hier op autowegen rijden die een maximum snelheid geven van 90 km/u. Echt ideaal. Vanaf Valenciennes zitten we nu eindelijk op een directe route naar Parijs. Door de eentonigheid is het toch ook misschien wel het zwaarste deel. Zeker achteraf het deel tussen Cambrai en Senlis. Heuvel op heuvel af, tegenwind en af en toe die moordende ijsregen. In Cambrai kwamen we tijdens een rustpauze ineens Davy en Fabian tegen. Ze waren kort na ons uit Breda vertrokken en nu pas in Frankrijk haalden ze ons in. Ondanks onze 3 uur vertraging en onze langzame gemiddelde snelheid bleken we toch verassend scherp te rijden.
Richting Peronne nadat ik m'n filmshots had genomen begon het weer echt onaangenaam te worden. Ik begon "auomatische piloot" symptomen te vertonen. Ervaren lange afstands puchonauten zullen dit verschijnsel wel kennen. Hoe slechter het weer wordt en hoe moeier je wordt, op een gegeven moment bestaat er alleen die weg en je poeg en dat is alles. Het enige wat telt is "rollen met die hap, tot Parijs toe". Er kwam maar geen eind aan die weg. Achter iedere heuvel lag er weer een volgende enzovoort. Tot we om 19.00u in Senlis kwamen. De laatste stad voor Parijs, 40 km verderop. Daar hebben we ons maar getrakteerd op een Pelfort brun. Het juiste bier om moed in te drinken voor het laatste stuk. Parijs zelf. Het bier viel erg diep na een dag rijden wat een risico zou kunnen inhouden maar the hell with it. Een uur later begonnen we aan het laatste deel van onze heldentocht. Parijs stond aangegeven als 40 km verderop maar een kleine 20 km na Senlis zaten we al aan de Periferie. Nu hoefden we to zowat aan st Denis maar de weg te blijven volgen waar we al sinds Valenciennes op zaten. Verdwalingsgevaar zat er niet in. De wind was gaan liggen en na een kleine 500 km waren de blokken van de brommers zo los geslingerd dat we alle drie met gemak konden invoegen op snelwegen richting Paris Centre. We knalden er met gemak 80 km/u uit. Toen begon het pas echt leuk te worden. Hoe dichter we bij het eigenlijke Parijs kwamen.

We kwamen het centrum binnen via de Porte Saint Ouen en het parijse stadsverkeer beviel me meteen. Vanaf het trottoir lijkt het een chaos maar zit je er op je Puch midden in dan is er niets leuker en spannender dan dat. Ondanks het chaotische karakter van het parijse verkeer houdt men zich keurig aan de maximum snelheid. Als puchonaut is het dan de truuk om de hele troep voor te blijven door harder te rijden en goed te laten zien wat je gaat doen. Dus bij afslaan altijd je poten uitsteken! Geen probleem. Na een hoop gepuzzel kwamen we als laatste team aan op de Mont Martre in Parijs om 22.30 uur. Zielsgelukkig en stuiterend van de adrenaline trok ik een fles apfelkorn uit de tanktas en gingen we onze laatste plaats in het klassement vieren. We hadden het gehaald en of we nu eerste waren of laatste was nu niet belangrijk. Parijs lag aan onze voeten!

Rogier.



Copyright © PTCN 1998-2003   --  Laatst gewijzigd : 13 November 2001