| |
techniek |
|
Op deze pagina worden technische zaken
die met Puch en Tomos te maken hebben behandeld. Ieder onderwerp
werd eerder in een clubblad gepubliceerd. Is je technisch
vraagstuk na het raadplegen van deze pagina toch nog niet
helemaal opgelost, aarzel dan niet ons er mee lastig te vallen!
Je rijdt lekker volgas en nadert een bocht, je draait je gas dicht en knijpt de koppeling in, klaar om terug te schakelen. Dan gebeurt het: het motortoerental stijgt tot ongekende hoogten en is onbeheersbaar geworden. Als dit wel vaker gebeurt, meestal na korte of langere tijd volgas rijden, is er waarschijnlijk een krukasoliekeerring lek of kapot. Als dit vermoeden inderdaad sterk aanwezig is, vervang de lekke/slechte keerring dan meteen, om motorschade te voorkomen. Denk dan vooral aan lagers die te weinig smering krijgen, maar ook aan vastlopers en dus zuiger/cylinderschade. Hoe kom je er nu achter aan welke kant je moet gaan zoeken? Vaak is er aan de defecte keerring nemelijk niets vreemds te zien. Buiten de gewone contrôles, zoals oliesporen (vliegwielzijde) of rokende uitlaat/carter versnellingsbak vol met benzine (koppelingzijde) is er onlangs door mijzelf een nogal snelle methode verzonnen (misschien vertel ik sommigen niets nieuws).
Als nu het toerental van de motor
oploopt, maak dan je borst maar nat, veel sleutelplezier alvast,
de keerring aan de koppelingzijde is lek/defect. Gebeurt er
niets, vervang dan eerst de keerring aan de ontstekingszijde en
maak een paar flinke proefritten, er is een grote kans dat deze
de boosdoener was. Bovenstaande methode werd door mij twee keer gebruikt, de eerste keer bij het motorblok van Marleen, ja hoor: blok openmaken, en de tweede keer afgelopen zondag bij mijn eigen blok, in enige seconden werd duidelijk dat ik het achter de ontsteking moest zoeken, en jawel, probleem opgelost mede dankzij Marleen, mijn persoonlijke soort van ANWB- serviceverleenster, die mijn Toolkit & keerringen naar mijn werk kwam brengen. De auteur, alsmede de PTCN, stelt zich niet aansprakelijk voor het ontstaan van schade danwel andere gevolgen, die zijn ontstaan naar aanleiding van dit artikel. Tot de volgende keer, stuur ook eens eens je eigen TechTip in (of hoe je het wilt noemen). André, Rotterdam. tekst: André v.d. Haak. Bron: Clublad nr.2, 8ste jaargang 1997 TechTips VOL.3
Simpel verhelpen van het continu doorbranden van uw Puch- achterlichtlampje. U kent het waarschijnlijk wel: bij het aanzetten van uw verlichting of wisselen tussen groot- en dimlicht geeft uw achterlichtlampje de geest. Het probleem is het aparte contact voor het achterlicht in de Puch- lichtschakelaar aan het stuur. Het achterlicht zou namelijk tegelijk met de koplamp aan moeten floepen, maar in de praktijk blijkt dat het achterlicht al spanning krijgt, terwijl de koplamp nog geen stroom opneemt. Dit kan gebeuren, omdat dit dus aparte contacten in de stuurschakelaar zijn. Om dit probleem op te lossen zijn er
eigenlijk 2 mogelijkheden: een aparte achterlichtspoel zonder
poolschoenen, of onderstaande Low Budget oplossing die zeer goed
werkt, en waarvoor het vliegwiel niet gedemonteerd hoeft te
worden.
Stel nu het contact voor het achterlicht, wat zich in de stuurschakelaar bevindt, buitendienst door het verende lipje te verwijderen; dit zit vast aan aansluiting 58. Sluit nu de 2 diodes aan volgens de tekening; let op de polariteit (streepje op diodes). Eén exemplaar komt tussen 56a en 58, de andere tussen 56b en 58. Laat de rest van de bedrading gewoon zitten. Het resultaat is, dat het achterlicht alleen spanning krijgt, wanneer óók de koplamp spanning ontvangt; het achterlampje krijgt dus niet in z'n eentje alle spanning voor z'n kiezen. Het enige nadeel is, dat wanneer de koplamp de geest geeft, het achterlampje ook nogal rap aan z'n einde komt. Dit gebeurt echter hoogstzelden. Bovenstaande oplossing werd uitvoerig in de praktijk getest en voldeed uitstekend, doch de auteur, alsmede de PTCN, aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor schade en andere gevolgen, die ontstaan naar aanleiding van dit artikel. Groetjes van André, Rotterdam. tekst: André v.d. Haak. Bron: Clublad nr.1, 8ste jaargang 1997 TechTips VOL.2 Er is echter tegenwoordig een simpelere oplossing te koop, een ledje in vorm van een lampje die in een standaard schroef fitting past. Ze zijn eigenlijk bedoeld voor fietsen maar voldoen ook uitstekend in een brommer, verkrijgbaar bij de fietsenhandel voor ong. 3 euro.
Verhogen carterdruk Tomos motorblok model APN, ATX Deze motorblokken verschillen van de oude 4L blokken op de volgende punten: de krukas is gelagerd d.m.v. vaste kogellagers i.p.v. schaallagers type L17. Voorts is ook de druk in de krukasholte verlaagd, dit wordt bereikt door een extra kamer met de krukasholte te verbinden. Deze kamer bevindt zich achter de de krukasholte, aan de bovenzijde van het blok. De verbinding tussen de twee ruimten wordt gevormd door twee gaten van ca. 11 mm. doorsnede. Als deze gaten nu worden afgedicht, zal het volume van de krukasholte afnemen, en het gevolg hiervan zal zijn, dat de druk in deze ruimte toeneemt. Het resultaat is een betere spoeling, vergelijkbaar met de oudere motorblokken. Hoe gaat men nu te werk?
Daar het bovenstaande nogal een klus is, kan dit evt. meegenomen worden, als het blok toch al open ligt, bijv. bij blok- of krukasrevisie. Deze methode werd door mij reeds met succes toegepast bij mijn eigen motorblok, de auteur, alsmede de PTCN, stellen zich echter niet aansprakelijk voor schade en gevolgen van het uitvoeren van deze operatie. Met de hartelijke groeten, André, Rotterdam. tekst: André v.d. Haak. Bron: Clublad nr.4, 7de jaargang 1996 TechTips VOL.1
De meeste problemen met verlichting van Puch of Tomos
komen doordat de schakelaar vuil is of verkeerd is aangesloten.
Bij een vuile schakelaar is het simpel: goed schoon maken en met
contactvet in smeren voorkomt verdere problemen. Ook kan het zijn
dat het lampje niet goed contact maakt met de fitting. Hiervoor
geldt hetzelfde: goed schoon maken en invetten tegen corrosie. Veel doorverbindingen in de draden naar accesoires (claxon, extra lamp etc.) geven ook nogal eens problemen. Hier helpt maar een ding: alles vernieuwen volgens dit schema:
De gele draad die uit de ontsteking komt (eventueel
rood bij Tomos 4L) gaat door het frame naar de licht schakelaar.
Vanaf de licht schakelaar gaat er een grijze draad naar het
achterlicht. Ook gaan er twee draden naar het koplicht. Bij Puch
is dit origineel geel/bruin geblokt en wit/zwart geblokt. Bij
Tomos is dit meestal bruin en blauw. Vanaf de fitting kan je voor
een goede massa verbinding het beste een draad vanaf de massa
aansluiting naar de koplamp maken. Dit voorkomt eventuele
problemen met de doorverbinding van het koplamprandje naar de
koplamp. De lichtschakelaar Helaas zijn er verschillende licht
schakelaars in de handel. Daardoor is het niet mogelijk deze
schakelaars allemaal te beschrijven en dus zal ik alleen de meest
voorkomende uit leggen
tekst: Anthony Verhoeven Bron: Slowgang nr.1, 3de jaargang 1991
Ik wilde het eens gaan hebben over ketting en tandwielen. Ieder van ons zal wel eens gehoord hebben van een kromgetrokken frame of achterbrug, en ook dat dit zou komen omdat de brommer zoveel vermogen had. Dit gebeurt echter veel eerder omdat de ketting te strak afgesteld is geweest. Als dit het geval is zal tijdens het inveren van de
achterbrug de afstand tussen het voor- en achterwiel groter
worden en de ketting nog strakker komen te staan. Hierdoor kunnen
de brug en het frame kromtrekken. Als je bezig bent met de ketting kan je ook alles
controleren op slijtage. Wanneer de gespannen ketting van het
achterwiel kan worden getrokken dan is deze versleten. De
tandwielen moeten gelijkmatig van vorm zijn, dus aan de voor- en
achterkant van de tand hetzelfde van vorm zijn. De punten mogen
niet te scherp zijn. Als dit wel het geval is dan moeten ze
vernieuwd worden. tekst: Anthony Verhoeven Bron: Slowgang nr.3, 1ste jaargang 1990
Iedereen die brommer rijdt weet wel (hoop ik tenminste) dat zo nu en dan naar de ontsteking gekeken moet worden. Dit is nodig omdat, als gevolg van slijtage, het tijdstip waarop de contactpunten onderbreken (opengaan) zal verlopen. Hierdoor kan de brommer minder goed gaan lopen. Het is dus nodig om van tijd tot tijd je contactpunten bij te stellen en eventueel te vernieuwen. Punten op hoogte zettenHoe dit in zijn werking gaat zal ik zo duidelijk mogelijk trachten te verklaren. Allereerst begin je met het verwijderen van de kappen die over de ontsteking zitten, zodat je de contactpunten ziet zitten. Nu draai je de bougie uit de cilinderkop. Als dit alles gedaan is dan gaan we eerst de contactpunten "op hoogte zetten". Dit is de afstand tussen de contactpunten als de zuiger in de bovenste stand staat. Deze stand kan je voelen door een schroevendraaier in het bougiegat te steken en het vliegwiel te draaien. Als dit bovenste zuigerpunt bereikt is moet de afstand tussen de contactpunten 0,30 à 0,40 mm. zijn. Dit kan je controleren met een voelermaat (= set stalen plaatjes met bepaalde dikte). Is de afstand niet goed dan kan die worden bijgesteld door de schroef waarmee de contactpunten vast zitten los te draaien, en de punten te verdraaien. Ontsteking op tijd zettenAls de punten op 0,35 mm. staan gaan we ze "op tijd zetten" (het tijdstip waarop de contactpunten onderbreken). Dit doe je m.b.v. een schuifmaat (eventueel met een duimstok; dit is wel minder nauwkeurig). Deze steek je met de dieptemeter (het pinnetje aan de onderkant dat eruit schuift) in het bougiegat. Nu draai je het vliegwiel in de richting die het hoort te draaien en zoek je wederom de hoogdste stand van de zuiger. Vervolgens kijk je naar de aangegeven waarde op de schuifmaat. Hierbij tel je 2 mm. op en je blokkeert de schuifmaat. Deze steek je weer in het bougiegat en je draait het vliegwiel zodanig ver terug dat de zuiger net de schuifmaat raakt. Op dit moment moeten de contactpunten onderbreken (dus net open gaan). Is dit niet het geval, dan kan je door het verdraaien van de grondplaat (dit is de plaat waarop alle spoelen en de contactpunten gemonteerd zitten) het juiste moment instellen. De grondplaat zit vast met drie schroeven rondom en kan om deze schroeven heen schuiven. Als laatste kan je de contactpunten nog even ontvetten met een doekje met terpentine of iets dergelijks. Opmerkingen
tekst: Anthony Verhoeven Bron: Slowgang nr.2, 1ste jaargang 1989
Het is iedereen wel eens overkomen dat hij een band moest plakken of vernieuwen .Op dat moment krijg je te maken met de constructie van een band. Deze kan een probleem vormen wanneer je een buitenband van de velg haalt, of er weer op legt. Dit probleem ontstaat door de stalen gordel die in de hiel van de band zit (zie figuur 1). Deze gordel is namelijk niet rekbaar, waardoor de omtrek constant zal blijven. Deze constante omtrek zorgt ervoor dat de band onder het rijden netjes om de velg blijft zitten.Dit heeft echter tevens het nadeel dat de band moeilijk over de velgrand te krijgen is, zou het niet zo zijn dat de velg ook een dieptepunt heeft, waar de omtrek dus kleiner is (zie figuur 2).
Nu is het de bedoeling om het gedeelte van de band dat
tegenover de plek zit waar de band van de velg wordt gelicht, zo
goed mogelijk met de hiel van de band in deze geul te duwen.
Hiermee moet je tegenover het ventiel beginnen, zodat de
buitenband meer speling krijgt op de velg en gemakkelijk over de
velgrand zal gaan. Het lichten van de band moet overigens met
stevige bandenlichters gebeuren.
Veel succes, na een paar keer oefenen gaat het als
vanzelf!
|
Copyright © PTCN 1998-2005 -- Laatst gewijzigd : 15 December 2002